Faalangstreductie-training
Faalangst is "de angst voor het falen". Het is de
gedachte aan een mislukking die de kinderen angst
aanjaagt. De kans op een mislukking schatten faalangstigen hoog in. Een gezonde spanning leidt
tot betere prestaties, een teveel aan spanning werkt
contraproductief. Dat komt omdat er teveel
adrenaline vrijkomt die zorgt voor
een verminderde concentratie. Daardoor presteren
deze kinderen vaak niet zoals ouders en leerkrachten
van ze verwachten. De angst voor een te leveren
prestatie beïnvloedt resultaten negatief. Het falen,
waar ze zo bang voor zijn, is het gevolg. Andersom
werkt het zo: opgewektheid en een goed vertrouwen in
de resultaten
hebben een activerende en daarmee positieve invloed
op de leerprestaties.
Faalangst richt zich niet op één gebied. Een kind
kan in verschillende situaties te maken krijgen met
faalangst. Dat wil niet zeggen dat ze én thuis én op
school faalangstig zijn.
Faalangst kan zich op
veel manieren uiten. Om een idee te geven worden
enkele specifieke gedragingen weergegeven:
- wegkijken/blozen of knipperen met de ogen
als er een opdracht wordt gegeven
- veel friemelen, wiebelen bij een
opdrachtsituatie
- vaak aangeven iets toch niet te
kunnen/durven
- brutaal worden/in verzet gaan bij opdrachten
- voortdurend goedkeuring nodig hebben, zich
afhankelijk gedragen
- niet gemotiveerd zijn voor iets
nieuws/onverschillig gedrag
- zich terugtrekken uit opdrachten
- de clown uithangen bij opdrachten
- lichamelijke klachten krijgen bij opdrachten
(hoofdpijn, buikpijn, misselijk, veel naar de
w.c. moeten, moe zijn, e.d.)
- niet adequaat reageren op "fouten" (te
nonchalant/te serieus, zich verontschuldigen)
- "vreemd" reageren op onverwachte
situaties/opdrachten
We onderscheiden drie vormen van faalangst:
- cognitieve faalangst: angst voor prestaties
op leergebied.
- sociale faalangst: angst om afgewezen te
worden op sociaal gedrag; angst om negatief
beoordeeld te worden door een groep en/of
vrienden.
- motorische faalangst: angst om fouten te
maken bij het bewegen en handelen; deze angst
blokkeert de vrijheid van beweging en jezelf
presenteren.
Deze training wordt zowel in groepsverband als in
een individueel coachingstraject gegeven.
De groepstraining is voor zes tot tien kinderen in
de leeftijd van 7 t/m 9 jaar en 10 t/m 12 jaar. De
training bestaat uit 8 bijeenkomsten van 2 uur en 1
informatieavond voor de ouders.
Deze training kan ook in schoolverband gegeven
worden.
Ook is een individuele faalangstreductie-training
mogelijk. Naar aanleiding van het
observatieformulier dat is ingevuld door de
leerkracht en het verslag van het intakegesprek,
wordt er een plan van aanpak op maat opgesteld. |